Sunday, March 13, 2011

"kunnen" vs "mogen"

Illustration taken from Nandita

Three days ago, Mandy asked: "about the difference between 'kun' and 'kan', and when you use those or when you use 'mag'".

Which is a great question!

First, 'kun' and 'kan' is purely the conjugation of the verb 'kunnen'. Thank you very much for pointing this one out to me, as it is one of the irregular verbs in Dutch:
ik kan
jij kan or jij kunt
hij/zij/het kan
wij kunnen
jullie kunnen
zij kunnen

So the single persons of 'kunnen' is always 'kan', the plural ones are always 'kunnen'. Note that for the second person singular, you can also use "jij kunt" alongside "jij kan". If you would ever encounter a sentence where the subject (je) would be placed behind the verb (kunnen)>, then it will be: "kan jij" or "kun jij". For more information, read this post.

Now, when should you use "mogen" and when should you use "kunnen".

For those who are very familiar with English, I would simply recommend to use "mogen" as a translation of "may" and "kunnen" as a translation of "can".

May I have the salt?Mag ik het zout even (hebben)?
Can you pass me the salt?Kan je me het zout doorgeven?

Furthermore, the difference between 'mogen' and 'kunnen', is that 'mogen' is only used to clarify whether something is allowed or not. 'kunnen' is mostly used to explain if something is possible or not.

Je mag hier niet zwemmen want dit is een prive-zwembad.
Vandaag kan je in zee zwemmen want er zijn geen haaien.

So feel the difference between these pairs:

ik kan vandaag niet zwemmenomdat ik me niet goed voel
ik mag vandaag niet zwemmenomdat mijn vader dat niet graag heeft
auto's kunnen niet snel rijden in de stadomdat er veel obstakels zijn
auto's mogen niet snel rijden in de stadwant het is bij wet verboden

No comments:

Post a Comment